Bij de onderzoeks- en ontwerpopdrachten van OO Techniek kun je werken volgens de methode van onderzoekend en ontwerpend leren (OOL) en ook direct aan een aantal kerndoelen uit diverse leergebieden. Hieronder staan ze op een rijtje. Daarna volgen specifieke doelen per opdracht.
Kerndoelen
NEDERLANDS
De leerlingen leren zich uit te drukken naar vorm en inhoud bij het geven, beoordelen en achterhalen van informatie. Ze leren informatie en meningen te ordenen en te vergelijken. Ze vergroten hun woordenschat.
Kerndoelen
1 De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
2 De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
3 De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.
4 De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema's, tabellen en digitale bronnen.
5 De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.
6 De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, en bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale bronnen.
7 De leerlingen leren informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten.
8 De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
9 De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.
12 De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder 'woordenschat' vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.
REKENEN
De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen en te rekenen met eenheden en maten. Ze leren in praktische situaties rekenen met de structuur en samenhang van aantallen.
Kerndoelen
26 De leerlingen leren structuur en samenhang van aantallen, gehele getallen, kommagetallen, breuken, procenten en verhoudingen op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen.
32 De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen.
33 De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur.
ORIËNTATIE OP JEZELF EN DE WERELD
De leerlingen leren onderzoek te doen naar materialen en natuurkundige verschijnselen, bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen werking, vorm en materiaalgebruik, oplossingen voor technische problemen te ontwerpen en deze uit te voeren en te evalueren.
Kerndoelen
42 De leerlingen leren onderzoek doen naar materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
44 De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.
45 De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.
KUNSTZINNIGE ORIËNTATIE
De leerlingen leren tekeningen te maken om er vervolgens een ruimtelijk werkstuk van te maken. Ze schenken aandacht aan de vormgeving van hun product.
Kerndoel
55 De leerlingen leren te reflecteren op hun eigen werk en dat van anderen.
Karakteristiek
Tip
Kijk of de methoden die je op school gebruikt onderwerpen behandelen die passend zijn bij deze opdracht. Gebruik deze bijvoorbeeld als introductie van de opdracht of om kennis te verdiepen.
Tijdens het werken aan de onderzoeks- en ontwerpopdrachten van OO Techniek komen de (bèta)talenten van leerlingen naar voren. Een talent is iets waar iemand op dit moment relatief (ten opzichte van zichzelf) goed in is; een sterke eigenschap die bij een persoon past. Door leerlingen te observeren tijdens het doen van onderzoek, het uitvoeren van experimenten en het ontwerpen van het eindproduct krijg je zicht op de talenten van de leerlingen. Leerlingen zijn ook heel goed in staat om hun eigen talenten of die van andere te benoemen.
Talenten gebruiken
Wat kunnen je leerlingen al goed? Een leerling trekt vaak automatisch bepaalde taken naar zich toe, dit ligt in de comfort zone. Dit is prima, laat je leerlingen stralen!
Talenten ontwikkelen
Wat kunnen je leerlingen nog niet zo goed? De uitdagingen liggen net buiten de comfort zone. Het is de moeite waard om je leerlingen meer te leren en meer te laten oefenen met een taak of vaardigheid die nog niet zo uit de verf komt.
Talenten ontdekken
Wat hebben je leerlingen nog nooit gedaan? Zeker op het vlak van OO Techniek hebben je leerlingen wellicht nog niet veel gedaan. Laat je leerlingen kennismaken met taken en vaardigheden, en wie weet kom je achter nog onontdekte talenten!
Bij de onderzoeks- en ontwerpopdrachten van OO Techniek krijgen je leerlingen de kans om de 21e eeuwse vaardigheden te oefenen en ontwikkelen: